Voorzitterscolumn – Ventilatie in een passief huis is wezenlijk verschillend

Bij de grootschalige introductie van balansventilatie met warmteterugwinning moesten veel vooroordelen worden overwonnen. Omdat ik al in 1982 met groot succes de eerste grootschalige toepassing van balansventilatie in Nederland had gesteund vroegen de betrokken fabrikanten mij als onafhankelijk voorzitter van de Stichting, die de boodschap moest uitdragen.

Dat kostte me inhoudelijk geen enkele moeite, want de prestaties van het systeem dat Jon Kristinsson had ontworpen voor het eerste grote project met passief huizen in Nederland waren voor die tijd (1982) ronduit indrukwekkend.
De kwaliteit van de binnenlucht in de woningen werd uitgebreid bemeten en bleek vrijwel identiek aan die van de omgevende buitenlucht. Een overtuigend resultaat als we beseffen dat in veel nieuwbouwwoningen een alarmfase voor de luchtkwaliteit zou moeten gelden.
Ook de energiebesparing die uit het systeem voortkwam was mede verantwoordelijk voor de uitstekende energieprestatie van de woningen: minder dan 300 m3 aardgas per jaar voor ruimteverwarming.
Het was dus een logische stap om dit later –en met succes- ook in de bestaande bouw te proberen.

De Stichting HR Ventilatie heeft veel vooroordelen moeten bestrijden, maar tenslotte werd bijna 50% van de nieuwbouwwoningen in Nederland van balansventilatie met warmteterugwinning voorzien. Enige honderdduizenden woningen hebben een dergelijk systeem, dat tot grote tevredenheid functioneert. Maar zoals het zo vaak gaat: als er knoeiers aan het werk zijn geweest krijgt het systeem -meestal ten onrechte– de schuld en de slechte naam.

Ramen open
Één van de hardnekkige vooroordelen was –en is– de kreet dat de ramen in dergelijke woningen niet open zouden mogen. Ik herinner me nog goed het voorwoord dat ik jaren geleden schreef voor een voorlichtingsbrochure met de titel “De ramen mogen gerust open”. Dat geldt voor alle woningen die van balansventilatie zijn voorzien.

Maar voor passief huizen moet de formulering harder zijn “De ramen moeten op de goede plaatsen zitten en moeten inbraakvrij open kunnen”.
Daarmee komt een helaas minder bekende eigenschap van passief huizen tot zijn recht: in de zomer kunnen ze zonder airco toch aangenaam koel zijn.

In tegenstelling tot een ander vooroordeel, dat de isolatie in de zomer de warmte zou binnen houden, gaat de goede isolatie in de zomer juist ongewenste opwarming tegen. Warmte gaat immers van hoge naar lage temperatuur, dus in warme zomers wordt juist opwarming tegen gegaan.

Door in de koele zomernacht extra te ventileren kan de woning ’s nachts koel worden en overdag koel blijven. Overdag helpt de balansventilatie nog extra tegen opwarming.

De nachtventilatie moet echter ruimschoots met open ramen plaats vinden, die uiteraard zonder inbraakrisico open moeten kunnen. Daarvoor bestaan oplossingen op de markt.

Vooral dakramen kunnen samen met ramen op de onderverdiepingen groots bijdragen aan het in stand houden van het gewenste luchttransport in de zomernacht.
De goede strategie zal zijn om overdag bij hitte de ramen dicht te houden en de balansventilatie het werk te laten doen. Zo wordt de in de nacht verkregen koelte optimaal vastgehouden.

Bij een passief huis met balansventilatie MOETEN in de zomer de ramen dus open en kan de waarde van dakramen moeilijk worden overschat.

Ir. Chris Zijdeveld
Voorzitter Stichting PassiefBouwen.nl
augustus 2014

0 Comments

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

© Stichting PassiefBouwen 2006-2018

Log in with your credentials

Forgot your details?